© 1989 - 2024

Hippolytushoef

Hippolytushoef wordt door de eeuwen heen door verschillende bezoekers beschreven, zo ook door J. Craandijk. Hippolytushoef ligt centraal op Wieringen en wordt beschouwd als het hoofddorp van het eiland Wieringen. Dit is inderdaad een fraaie, welvarende plaats, met goed onderhouden huizen, die zich aan beide zijden van enige straten uitstrekken. De kerk der Hervormden is een kloek gebouw, in het midden van het dorp op een heuvel gelegen, met een groot, thans ongebruikt koor.

De Hoofdstraat met op de achtergrond de Hippolytuskerk.

De toren, die een stenen spits heeft, is ter halver hoogte van duifsteen (tufsteen) opgebouwd. Van hetzelfde materiaal moet de oude kerk zijn geweest. Toen zij in 1674 door een orkaan was verwoest, in twee jaar later een nieuwe van baksteen opgetrokken. Enkele brokstukken van rode zandstenen zerken zijn hier en daar nog over, terwijl voor enige jaren een gebroken stenen doodkist met het gebeente van een hooggeplaatste geestelijke moet zijn opgedolven, maar weer verloren gegaan.

Duifsteen of tufsteen

Thans vinden wij in de kerk geen belangrijke oudheden meer, tenzij dan een paar niet onverdienstelijk bewerkte zerken, waarop een scheepje en enige metselaarsgereedschappen zijn uitgehouwen.

Over ’t geheel ontvangen wij den indruk, dat Wieringen, met zijn viertal Roomsche kerken van duifsteen en zijn waarschijnlijk niet onbelangrijk aantal stenen lijkkisten, voor eeuwen een vrije grote en bloeiende bevolking moet hebben gehuisvest, meer dan wij op een klein eiland zouden hebben verwacht. De menigte duifsteen en rode zandsteen, op zulke afgelegen plaatsen gebezigd, wettigt volgend de commissie uit de K. Akademie van Wetenschappen, in haar verslag omtrent den toren van Oudorp bij Alkmaar (1868, bl 53), het vermoeden, dat er oudtijds een belangrijke stichting werd gevonden, wier bouwstof voor de christenkerken werd gebruikt.

Kapel van Barbarossa

Of hebben latere onderzoekingen de opmerking bevestigd van prof. Le Francq van Berkhey, door Paludanus meegedeeld, dat op onze kusten een soort van zeeklei voorkomt, die, aan de lucht blootgesteld, verhardt, en dat hiervan velen onze oude duifstenen kerkjes gebouwd kunnen zijn? Een en ander zou samen kunnen gaan en de overlevering omtrent een overoud gebouw ontbreekt ook op Wieringen niet.

Men verhaalt ons dat in de vorig eeuw niet ver van Oosterland nog zware gewelven en muurbrokken te zien waren, waaronder een bouwwerk in den trant van het koor der kapel van Barbarossa op het Valkhof te Nijmegen. De vaders van nog levende bejaarde ingezetenen moeten in hun jeugd er nog gespeeld hebben. ’t Werd gehouden voor het overblijfsel van een klooster. Van Elders schijnt intussschen niet te blijken, dat er op Wieringen ooit een klooster is geweest.

De Burcht

Lag het gehucht De Burcht niet op enigen, zij ’t dan ook kleinen afstand van de aangewezen plaats, dan zou die in elk geval opmerkelijke naam aanleiding kunnen geven tot de gissing, dat de geheimzinnige ruïne voor het overschot van ene overoude sterkte gehouden mag worden.

Doopsgezinde Vermaning in Hippolytushoef.

Maar de overlevering verkleint doorgaans de dingen niet! Wie weet wat er, op de kaper beschouwd, van de gewelven en muurbrokken zou zijn overgebleven. En Paludanus die zeer nauwkeurig de Wieringsche oudheden beschrijft, vermeldt niets van dezen bouwval, al kan die in zijn tijd nog niet gesloopt zijn geweest. Althans nog niet uit herinnering gewist, wanneer hij inderdaad van betekenis was.

De Doopsgezinden en de Rooms-katholieken hebben te Hypolytushoef (Hippolytushoef) nette, doelmatige kerken. Vooral de laatste is fraai, nieuw gebouw met een goed geschilderd altaarstuk.

 

Op enigen afstand van het dorp worden ons de boerenhuizen aangewezen, waar vroeger beide gezindten hun godsdienstige samenkomsten hielden. Het huis aan de Koningsweg, waarachter de Doopsgezinde kerk, het geschenk van een bemiddeld echtpaar, stond, vertoond zich nog als een stevige huizing uit de 17e eeuw.

Rooms-katholieke kerk met pastorie in Hippolytushoef.

Koningsweg

Wij volgen dien Koningsweg tot waar hij tegen den polder stuit. Verder behoeven wij niet te gaan. De polder zelf heeft niets bijzonders. ’t Is vlak bouwland, met rechte wegen en enkele boerderijen. Van de opening in den ouden dijk kunnen wij alles genoegzaam overzien.

Maar een bezoek aan dien ouden dijk mochten wij niet verzuimen. ’t Is de thans overbodige wierdijk, die eertijds lange jaren dezen kant van het eiland beschermd heeft. Over een aanmerkelijke lengte strekt hij zich uit en hier vooral kunnen wij de eigenaardig vormen en kleuren zien, die zozeer aan de krijtrotsen herinneren.

’t Is een in ons vaderland enige gezicht. Dijken krijgen wij ten onzent genoeg onder de ogen, maar een dijk als dezen vinden wij elders niet meer. ’t Is dan ook te hopen dat dit overblijfsel van vroegere toestand bewaard mag blijven. Het eiland, dat zeker voor de kennis van land en volk in lang verlopen eeuwen belangrijke bijdragen had kunnen leveren, wanneer met zijn oude gebouwen en archieven minder zorgeloos was omgegaan, heeft toch reeds zoveel verloren, dat het raadsel van zijn verleden wel niet meer zal zijn op te lossen.

De postschuit

’t Is doodstil op zee wanneer wij den terugtocht aanvaarden. Een eindweegs bomen, een eindweegs langs den wal aan de lijn, voorts roeien. Dromerig smelten lucht en water in een . Een grijze nevel wijst de plaats van Texel’s ‘Hoogen berg”en Helder’s toren en masten. Wat duidelijker toont zich de Noord Hollandsche kustlijn, waarboven enkele grauwe torens en daken uitsteken.

Langzaam glijden een paar scheepkens met vruchteloos uitgespannen zeilen door de kracht der riemslagen voort. Het enige geluid dat de stilte stoort, is het gekrijsch der watervogels en het zacht babbelen van het water voor den boeg. Zo naderen wij den vasten wal. Het water is hoger dan gisteren en bomend bereikt de postschuit het trapje aan den dijk. En hier nemen wij afscheid van den wakkeren schipper en tevens van de welwillende lezer, die ons op ons uitstapje naar Wieringen wel wilde vergezellen.

Door J.Craandijk, rondreiziger. Uit ‘Eigen Haard’, geïllustreerd Volkstijdschrift uit 1885. Onder redactie van H. de Veer, ds E. van der Veer en Ch. Rochussen.

Lees meer over de dorpen en buurtschappen op Wieringen, lees meer...